De onafhankelijke zit

 

Om goed te kunnen paardrijden, is een onafhankelijke zit erg belangrijk.
Een ruiter die onafhankelijk zit, kan de (verwachte en onverwachte) bewegingen van het paard in balans volgen. Daarbij kan hij zijn ledematen onafhankelijk van elkaar en de romp gebruiken.
Tijdens het geven van de hulpen is het van groot belang dat de ruiter de controle over zijn lichaam en vooral over zijn ledematen kan bewaren.
Wanneer de ruiter dus een aanwijzing geeft met één ledemaat, gebeurt dit zonder dat er elders in het lichaam spanningen en/of veranderingen optreden.

Een ruiter die nog geen onafhankelijke zit heeft, geeft onbedoeld allerlei verwarrende signalen door aan het paard. Wanneer het paard op de beenhulp naar voren gaat en de ruiter uit balans raakt en hierbij steun zoekt met de hand, krijgt het paard een tegenstrijdige hulp (been=voorwaarts, hand=terugkomen). Zo kan je niet van je paard verwachten dat hij luistert en zich tot een fijn te rijden paard zal ontwikkelen tijdens de buitenrit.

Om een onafhankelijke zit te bereiken is een absoluut evenwicht te paard noodzakelijk.
De ruiter moet de bewegingen en richtingveranderingen van het paard kunnen volgen zonder zich vast te hoeven houden aan de teugels of met de benen aan hetzadel te knijpen.
Het is de bedoeling dat uiteindelijk elk lichaamsdeel onafhankelijk van de rest van het lichaam en zonder enige  vasthoudendheid in de spieren of gewrichten kan bewegen.

Niet alleen tijdens het dressuurrijden, maar ook tijdens het buitenrijden in draf en galop of een sprongetje is het belangrijk dat de ruiter onafhankelijk zit. Elke galop ga je netjes in de verlichte zit (mee in de beweging) en stoor je het paard niet tijdens het aanspringen of de voortgang van de galop. Je handen houden verbinding met de mond met behulp van de teugels, maar je hangt of trekt hier niet aan. Zie tarieven.

Volg ons ook via:

  • Wix Facebook page

Le Petit Soulice